Berichtgeving over rubber granulaat onjuist

Den Haag – De redactie van de NOS heeft 27 november onjuist en suggestief bericht over de uitkomsten van het onderzoek dat de bandenbranche doet naar rubbergranulaat.

9

De conclusie van de NOS dat er sprake is van “relatief veel kankerverwekkende stoffen” is onjuist. Anders dan deze kop doet vermoeden zijn er niet meer stoffen in de korrels aangetroffen dan verwacht. Het is al tientallen jaren bekend dat Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAKs) in autobanden, en dus ook in rubbergranulaat van autobanden, voorkomt. Ook is al jaren bekend wèlke dit zijn en in welke concentraties. Het is dus ook niet zo dat “tot dusver niet bekend was hoe hoog de concentratie kankerverwekkende stoffen is”, zoals de NOS stelt. Al jaren doet de branche hier metingen naar.

Volgens de NOS zijn er in de afgelopen weken ‘honderden velden’ in opdracht van de bandenbranche onderzocht. Dit klopt niet. Er zijn nu vijftig velden onderzocht en in de komende weken zullen er enige honderden worden onderzocht, op verzoek van gemeenten en verenigingen.

De NOS schrijft verder dat de onderzochte velden hogere concentraties kankerverwekkende stoffen hebben dan is toegestaan in consumentenproducten. De rubberkorrels zijn geen echter consumentenproducten. De wetgeving kent maximale concentraties voor zogenoemde ‘voorwerpen’ (waar bijvoorbeeld babyspenen onder vallen) en voor ‘mengsels’. Het rubbergranulaat is door de EC in de REACH wetgeving als ‘mengsel’ geclassificeerd. De aangetroffen concentraties PAKs die in het rubbergranulaat zijn aangetroffen zijn ruim tien keer lager dan de maximale voor mengsels toegestane norm.

PAKs zijn chemische verbindingen die kunnen ontstaan bij bijvoorbeeld barbecueën en verbrandingsprocessen. Ze ontstaan ook in lage concentraties bij de productie van sommige grondstoffen voor autobanden. Overigens zitten de PAKs natuurkundig gezien ‘gevangen’ in de matrix van het autobandenrubber. Zij kunnen hieruit niet zomaar weglekken of opgenomen worden via bijvoorbeeld huidcontact. Verschillende internationale wetenschappelijke studies door overheden, universiteiten en onderzoeksinstituten hebben geconcludeerd dat de biologische beschikbaarheid van PAKs in het SBR-rubbergranulaat dat voor kunstgras wordt gebruikt zo beperkt is dat hier geen gezondheidsrisico aan is verbonden.

De stelling dat “vier van de acht stoffen op veel velden in hogere concentraties zijn aangetroffen”, zoals de NOS schrijft, suggereert dat hier sprake is van ongewoon hoge concentraties bij vier PAKs. Die suggestie is ook niet juist. De aangetroffen concentraties van individuele PAKs variëren, en in veel gevallen zijn ze lager dan 5 parts per million, ofwel  5 mg/kg. Er zijn ook meer dan 8 PAKs gemeten, namelijk 18, in tegenstelling tot wat de NOS stelt.

De NOS schrijft verder dat de huidige norm een milieunorm zou zijn, dus gebaseerd op de schade voor het milieu en niet voor consumentenveiligheid. Dit is pertinent niet juist. REACH is wetgeving die juist wél toeziet op veiligheid voor de consument, naast het milieuaspect. Letterlijk schrijft de verantwoordelijke Europese instelling ECHA hierover: “REACH is een verordening van de Europese Unie die is aangenomen om de gezondheid van de mens en het milieu beter te beschermen tegen de risico’s die chemische stoffen kunnen opleveren…”

De redactie van de NOS bezondigt zich eveneens aan onjuiste berichtgeving wanneer zij stelt dat nooit is onderzocht hoe groot de blootstelling aan rubbergranulaat mag zijn voordat er sprake is van schade voor de gezondheid. Dit is juist uitgebreid onderzocht en in veel wetenschappelijke publicaties in toonaangevende tijdschriften is hierover gepubliceerd. De conclusie is iedere keer weer: er is geen risico voor mensen door het sporten op de kunstgrasvelden met rubberinfill. Deze conclusies worden getrokken door blootstellingsrisico’s te berekenen.

“Het is zeer kwalijk dat hier opnieuw sprake is van onjuiste en suggestieve berichtgeving, en dan ook nog eens door de NOS”, stelt Kees van Oostenrijk, directeur van de Vereniging Band en Milieu. “Gezien de gevoeligheid is het van groot belang dat er zorgvuldig wordt bericht over dit onderwerp. De Zembla-uitzending was ook al zeer suggestief, toonde geen enkele nieuwe wetenschappelijke inzichten, en creëerde veel paniek onder ouders van voetballende kinderen zonder dat er sprake is van een aantoonbaar risico. Media hebben ook een verantwoordelijke in deze.”