Beleidsvisie gebruik recreatiewoningen

Nieuwkoop – In de meningsvormende raadsvergadering van 18 januari leggen B&W een voorstel neer inzake het gebruik van recreatiewoningen. Uiteindelijk gaat het om permanente bewoning.

B&W stellen de raad voor om de Beleidsvisie gebruik recreatiewoningen vast te stellen. De visie beschrijft het gebruik van de recreatiewoningen op basis van relevante aspecten zoals ruimtelijke, volkshuisvestelijke, financiële en organisatorische. Het doel van de beleidsvisie is het maken van een beleidskeuze/bepalen van een strategie voor het gebruik van recreatiewoningen op de recreatieparken en solitaire recreatiewoningen. De ontwerpbeleidsvisie heeft 4 weken ter inzage gelegen van 19 oktober 2017 tot en met 16 november 2017. Er zijn 28 inspraakreacties schriftelijk ingediend en ze hebben geleid tot enkele redactionele wijzigingen in de ontwerpvisie.

In het nu geldende bestemmingsplan is permanente bewoning op de recreatieparken uitgesloten. Provinciaal beleid (verordening en structuurvisie) laat geen permanente bewoning toe. Vrijwel alle woningen op de parken zijn bestemd als recreatiewoningen. Uitzondering hierop vormen drie woningen op Zomerlust die een woonbestemming kennen. Een groot aantal bewoners van diverse recreatieparken beschikt over persoonsgeboden beschikkingen. De planologische verankering voor de permanente bewoning op de recreatieparken heeft plaatsgevonden met de opname van het persoonsgebonden overgangsrecht. Die bewoners hebben een persoonsgebonden gedoogbeschikking. Het doel van dit overgangsrecht is het overbruggen van de tijdelijke situatie en het creëren van onderlinge rechtsgelijkheid tussen de bewoners. De intentie van deze “uitsterf”-regeling is dat de permanente bewoning van de recreatiewoningen op termijn op natuurlijke wijze zal eindigen.

Als de gemeenteraad de nieuwe beleidsvisie vaststelt wordt betekent dat een kostenneutrale oplossing voor de status van permanente bewoonde recreatiewoningen moet worden gezocht, die niet ten koste gaat van ons huidig woningbouwcontingent.
Daar zitten nog wel wat ‘haken en ogen’ aan, maar er zijn ook spelregels aan verbonden. Zo zal de gemeente geen openbare ruimte/infrastructuur van de parken in eigendom (over-) overnemen noch het beheer en onderhoud uitvoeren. Ook gaat de gemeente in geen geval investeren in de openbare ruimte/infrastructuur van de parken. De borging van de kwaliteit van de openbare ruimte is aan de parken zelf.